Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Onderwerpen Regering en Parlement

Regering

Nederland is een constitutionele monarchie. Dat betekent dat het staatshoofd een Koning of Koningin is van wie de bevoegdheden zijn vastgelegd in de Grondwet. In Nederland zijn de bevoegdheden van de Koning zeer beperkt. Dat komt omdat in artikel 42, tweede lid, van de Grondwet is vastgelegd dat de Koning onschendbaar is, en de ministers verantwoordelijk zijn. De ministers en de Koningin vormen samen de regering. Koningin Beatrix regeert sinds 1980.  

De Koning en de ministers vormen samen de regering. De Koning vervult de rol van staatshoofd. De ministerraad waarin alleen de ministers zitting hebben, beraadslaagt en besluit over het algemeen regeringsbeleid. Het kabinet bestaat uit de ministers en de staatssecretarissen. Een nieuw gevormd kabinet krijgt de naam van zijn minister-president: nu is het kabinet-Balkenende IV in functie.

Een minister geeft politieke leiding aan een ministerie. Ook kan er een minister worden benoemd die niet is belast met de leiding van een ministerie, de 'minister zonder portefeuille'. Zo'n minister vindt onderdak bij één van de ministeries. Het kabinet telt nu drie ministers zonder portefeuille, bijv. de minister voor Ontwikkelingssamenwerking die bij het ministerie Buitenlandse Zaken is ondergebracht.

Een minister kan worden bijgestaan door één of meer staatssecretarissen, aan wie hij/zij een gedeelte van zijn taak opdraagt.

De taakomschrijvingen van de staatssecretarissen kunnen per kabinetsperiode verschillen en worden na hun benoeming in de Staatscourant gepubliceerd. Een minister wordt bij afwezigheid in beginsel vervangen door zijn staatssecretaris. Dit is vastgelegd in de vervangingsregeling. Een staatssecretaris neemt bij afwezigheid van zijn minister deel aan de beraadslagingen in de ministerraad, maar hij heeft geen stemrecht. De staatssecretaris woont verder de vergadering van de ministerraad bij als in de raad een onderwerp aan de orde is, waarvoor hij volgens zijn taakomschrijving verantwoordelijk is.

De regering dient de door haar gemaakte wetsvoorstellen in bij de Tweede Kamer. Een wet kan pas in werking treden als de Eerste én de Tweede Kamer het wetsontwerp hebben aangenomen.