U bevindt zich op: Home › Actueel
Overzicht van veelgestelde vragen aan het ministerie van Algemene Zaken en de minister-president.
De minister-president is als minister gelijk aan alle andere ministers en dus kan men hem niet echt de baas noemen. Als voorzitter van de ministerraad is hij echter wel verantwoordelijk voor de eenheid en de coördinatie van het beleid. Om die verantwoordelijkheden waar te maken, heeft hij een aantal bevoegdheden die de andere ministers niet hebben en die in het Reglement van orde voor de ministerraad omschreven staan.
Naar bovenIn de Grondwet staat dat de regering wordt gevormd door de Koning en de
ministers. De term 'regering' staat daarnaast voor de continuïteit in het
Nederlandse staatsbestel. De regering van Nederland wordt in die betekenis
gevormd door de opeenvolgende staatshoofden en kabinetten.
Het kabinet bestaat uit alle ministers en staatssecretarissen en draagt de
naam van de minister-president. Zo wordt het huidige kabinet ook het vierde
kabinet-Balkenende genoemd. De ministers vormen samen de ministerraad.
Dit wekelijks gesprek is in 1970 ontstaan. Het verhaal gaat dat minister-president De Jong het vervelend vond dat hij na afloop van de vergaderingen van de ministerraad buiten opgewacht werd door de parlementaire journalisten en hij hen dan op straat te woord moest staan. Hij werd op vrijdagavond tijdens het eten ook nog wel eens thuis opgebeld. In het Kabinet-De Jong waren wel stemmen opgegaan om na afloop van de vergaderingen iets over het besprokene aan de pers mede te delen. De Jong begon daarom op 16 januari 1970 als eerste minister-president met een wekelijkse persconferentie. Na afloop daarvan stond hij ook de verslaggevers van radio en televisie te woord.
Nog steeds is de minister-president van Nederland (voor zover we weten) de enige ter wereld die na afloop van de ministerraad een open gesprek heeft met de parlementaire pers en daarna op radio en televisie wordt geïnterviewd over de vergadering van die dag en de politieke actualiteit van die week.
Naar bovenTijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken we alle burgers en militairen die zijn omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesmissies. Op 4 mei gaat het specifiek om een nationale herdenking. Door het jaar heen zijn er vele lokale en specifieke herdenkingen,zoals de herdenking van de Februaristaking, de Auschwitz-herdenking en de herdenking van de Capitulatie van Japan.
Bij de plechtigheid bij het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam op 4 mei staan de oorlogsbetrokkenen centraal. H.M. de Koningin, leden van het Koninklijk Huis, leden van de rijksministerraad en vertegenwoordigers van bestuur, politiek en maatschappelijke organisaties, worden officieel genodigd hierbij aanwezig te zijn. Met hun aanwezigheid tonen zij hun betrokkenheid en respect voor de oorlogsbetrokkenen.
De herdenking vindt plaats door:
De Nationale Herdenking vindt altijd plaats op 4 mei, ongeacht de dag van de week en ongeacht of deze datum samenvalt met een religieuze hoogtijdag. De vooravond van 4 mei begint in Nederland om 18:00 uur en eindigt bij zonsondergang (ongeveer 21:10 uur zomertijd). Het moment van twee minuten stilte vindt in Nederland plaats van 20:00 tot 20:02 uur. Op de Nederlandse Antillen en op Aruba van 18:00 tot 18:02 uur. Elders in de wereld op een geschikt moment (in de vooravond) van 4 mei.
In de vooravond van 4 mei wordt in Nederland uitgebreid halfstok gevlagd, als bewijs van eerbied en respect voor de doden. Omdat de Herdenking zich beperkt tot de vooravond, is het halfstok vlaggen officieel ook beperkt tot de tijdsperiode van 18:00 uur tot zonsondergang. Het halfstok vlaggen gebeurt met de Nederlandse driekleur (helder rood-vermiljoen, helder wit en blauw (kobalt), zonder wimpel. Op veel plaatsen vinden er na 20:02 uur nog activiteiten in het kader van de dodenherdenking plaats (leggen van kransen en bloemen, uitspreken van gedichten en voordrachten). Om recht te doen aan het ingetogen karakter van de avond, waarbij het respect voor de doden centraal staat, blijft de vlag halfstok tot zonsondergang en wordt niet in de top gehesen na de twee minuten stilte.
Het is toegestaan desgewenst andere vlaggen (van provincie- of gemeente en vlaggen van de Nederlandse Antillen of Aruba) bij de herdenkingsplechtigheid te betrekken. Bij het hijsen van meerdere vlaggen behoren deze van gelijke afmetingen te zijn en zo mogelijk op gelijke hoogte te worden gehesen. Omdat het om een nationale herdenking gaat moet de Nederlandse vlag centraal staan en de ereplaats krijgen.
Ter herdenking en viering van 4 en 5 mei heeft het Nationaal Comité 4 en 5 mei, in afstemming met het ministerie van Algemene Zaken, richtlijnen opgesteld. Voor het organiseren van herdenkingsplechtigheden en feestelijkheden geeft het Nationaal Comité 4 en 5 mei aanwijzingen, suggesties en tips.
Het nationale karakter betekent voor het uitnodigingsbeleid dat dit
primair gericht is op de mensen die deel uitmaken van het Koninkrijk der
Nederlanden. Doorgaans wordt geen enkele buitenlandse vertegenwoordiger in
die hoedanigheid officieel uitgenodigd bij de herdenkingsplechtigheid, noch
van geallieerde landen, noch van andere landen. Lokale overheden en officiële
vertegenwoordigingen in het buitenland kunnen afwijken van deze
richtlijn.
Vijf mei is de nationale feestdag waarop jaarlijks de bevrijding van het Koninkrijk in 1945 van de Duitse en Japanse bezetter wordt gevierd. Vijf mei wordt gevierd en kenmerkt zich door feestelijke én inhoudelijke activiteiten. Er vinden doorgaans geen herdenkingen meer plaats.
Sinds 1990 viert Nederland op 5 mei naast de bevrijding ook het grote goed van de vrijheid. Het is de dag waarop aandacht wordt gevestigd op de waarde van vrijheid, democratie en mensenrechten. De vrijheid die op 5 mei gekoesterd wordt, is de vrijheid zoals bedoeld en vastgelegd in de nationale Grondwet, de Europese verdragen voor de Burger en in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Gezien het actuele en toekomstgerichte karakter, leent 5 mei zich er bij uitstek voor om activiteiten ook in te vullen samen met vertegenwoordigers van andere landen.
Vijf mei is een algemeen erkende feestdag. In 1990 heeft de regering de vijfde mei aangewezen als jaarlijkse nationale feestdag. Hiermee kwam een einde aan de situatie dat 5 mei alleen eens in de vijf jaar een nationale feestdag was. De vraag of 5 mei een doorbetaalde vrije dag is, kan niet eenduidig worden beantwoord. In Nederland wordt het vaststellen van doorbetaalde vrije dagen niet bij wet geregeld, maar in onderling overleg door de sociale partners (vastgelegd in cao's). Daarom gelden er per sector andere regelingen.
De rijksoverheid heeft bepaald dat op 5 mei haar kantoren en diensten zoveel mogelijk gesloten zullen zijn en doet een beroep op de andere overheden en semioverheden hetzelfde te doen. Ook doet de rijksoverheid een oproep aan de burgers en sociale partners om deze dag zoveel mogelijk een vrije dag te laten zijn. De Winkeltijdenwet kent geen aparte bepalingen voor 5 mei.
De viering vindt plaats door:
Kenmerkend voor activiteiten op 5 mei zijn dat ze mensen aanspreken op hun verantwoordelijkheid als burger voor anderen in de samenleving, op lokaal, nationaal en internationaal vlak.
De viering vindt plaats op 5 mei, ook als 5 mei een zondag of religieuze
feestdag is. Of er, vanwege bijvoorbeeld de Wet op de zondagsrust, in
een gemeente festiviteiten zijn toegestaan, wordt beslist door de
burgemeester.
Op 5 mei wordt uitgebreid gevlagd. De Nederlandse vlag wordt in top
gehesen van zonsopkomst tot zonsondergang. Het gebruik van de Vier
Vrijheidwimpel naast de Nederlandse vlag is aan te bevelen. De Vier
Vrijheidwimpel onderstreept de reden waarom op 5 mei de vlag in top wordt
gehangen: het vieren van de vrijheid. De wimpel is wit met het
rood/blauwe logo van de fakkel met het vrijheidsvuur en de tekst `Vier
Vrijheid'. De wimpel mag ook gebruikt worden bij de viering van het formele
einde van de Tweede Wereldoorlog (en de herdenking van de slachtoffers uit
voormalig Nederlands-Indië) op 15 augustus. De wimpel zal voorlopig niet op
overheidsgebouwen gebruikt worden.
Omdat 5 mei de Nationale Viering van de Bevrijding is, neemt de Nederlandse driekleur de centrale plaats in bij het vlaggen. Maar juist gezien het karakter van de dag kunnen ook ander vlaggen daar goed mee gecombineerd worden. Naast de provincievlag, de gemeentevlag, de vlag van de Nederlandse Antillen en die van Aruba, kunnen ook vlaggen van andere gemeenschappen en landen een plaats krijgen op 5 mei om de onderlinge verbondenheid te benadrukken.
Ter herdenking en viering van 4 en 5 mei heeft het Nationaal Comité 4 en 5
mei, in afstemming met het ministerie van Algemene Zaken, richtlijnen
opgesteld. Voor het organiseren van herdenkingsplechtigheden en
feestelijkheden geeft het Nationaal Comité 4 en 5 mei aanwijzingen,
suggesties en tips.
De data waarop de vlag gehesen wordt van de rijksgebouwen liggen vast in een instructie van de minister-president van 12 juni 2009. Aan particulieren en bedrijven en instellingen wordt gevraagd deze instructie, zo veel als mogelijk is, te volgen. De tekst van de instructie volgt hieronder.
Ten aanzien van het uitsteken van de Nederlandse vlag wordt onderscheid gemaakt tussen "uitgebreid vlaggen" en "beperkt vlaggen". Bij "uitgebreid vlaggen" wordt de vlag uitgestoken van alle rijksgebouwen, zoals gebruikelijk is op Koninginnedag. Bij "beperkt vlaggen" behoeft de vlag alleen te worden uitgestoken van de hoofdgebouwen van de departementen, benevens van de hoofdgebouwen van de niet (rechtstreeks) onder de departementen vallende instellingen, zoals die van de Kamers der Staten-Generaal, de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Nationale Ombudsman, het Kabinet der Koningin en de Hoge Raad der Nederlanden.
De data[1] waarop van de rijksgebouwen of uitgebreid (UV) of beperkt (BV) gevlagd moet worden zijn:
|
31 januari (1 februari) |
verjaardag van de Koningin |
BV |
|---|---|---|
|
27 april (28 april) |
verjaardag van de Prins van Oranje |
BV |
|
30 april (29 april) |
Koninginnedag |
UV |
|
4 mei (4 mei) |
Nationale Dodenherdenking, met halfstok vlaggen van 18.00 uur tot zonsondergang (ca 21.10 uur zomertijd) |
UV |
|
5 mei (5 mei) |
Nationale Bevrijdingsdag |
UV |
|
17 mei (18 mei) |
verjaardag Prinses Máxima |
BV |
|
laatste zaterdag in juni |
Veteranendag |
UV |
|
15 augustus (16 augustus) |
formeel einde Tweede Wereldoorlog |
UV |
|
3e dinsdag in september |
opening van de Staten-Generaal (alleen in Den Haag) |
UV |
|
7 december (8 december) |
verjaardag van Prinses Catharina-Amalia |
BV |
|
15 december (16 december) |
Koninkrijksdag |
BV |
|
|
|
|
[1] Indien een datum op een zondag of op een algemeen erkende christelijke feestdag valt, dient op de tussen haakjes vermelde datum te worden gevlagd.
Op Koninginnedag en op de hierboven vermelde verjaardagen van leden van het Koninklijk Huis wordt de vlag met oranje wimpel gevoerd. Bij alle andere gelegenheden wordt de vlag zonder oranje wimpel gevoerd.
Bij bijzondere gebeurtenissen kan er ten aanzien van het uitsteken van de vlag een speciale regeling komen, die telkens van geval tot geval als bijzondere vlaginstructie bekend zal worden gemaakt. Tijdens officiële bezoeken van buitenlandse staatshoofden wordt alleen gevlagd in de plaatsen die worden bezocht.
Deze instructie vervangt de instructie van 13 september 2005.
Naar bovenHelaas is het niet mogelijk rondleidingen in deze zalen te organiseren.
De Trêveszaal en de Statenzaal dienen altijd beschikbaar zijn voor
vergaderingen van de ministerraad.
Bovendien liggen de zalen bij de werkkamers van het Kabinet van de
Minister-President.
Wel is het mogelijk de Ridderzaal en de vergaderzalen van de Eerste en de Tweede Kamer op het Binnenhof te bezoeken.